Schaakstudiespinsels 2

Manke Maljutka's

— 6 —

EBUR, 2000

= 0031.01 f7d5

Kan wit de pion nog tegenhouden?

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.

Varianten

Niet correct is:

a)
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
b)
12.
13.
14.
15.
16.
Remise. Dankzij de voorzichtige zetten 4.Kg6, 6.Kf5 en 7.Kg4 kruipt de witte koning behouden uit het mijnenveld. Bij de eerdere zetten loeren overal valstrikken. En niet 3.Pd1? Ke2 4.Pc3+ Kd2 5.Pe4+ Ke3 6.Pc3 Lc6 7.Ke6 Kd2, 'over and out' (of hier 6.Pg3 f2 7.Ke7 Lh3 8.Kf6 Kf3!). Fout is ook 4.Kf6? wegens 4...Lg2 5.Pg3 Kf4 6.Ph5+ Kg4, en het paard kan geen schaak meer geven: 7.Kg6 f2, en na 8.Pf6+ Kh4 kan wit de promotie niet meer verhinderen. En 6.Kf5 is weerom de enige goede zet: 6.Kg5? Kf3 7.Kh4 Kf4, en bijvoorbeeld 8.Pe2(h5)+ Ke3 9.Pg3 Kf3, en zwart wint. In mijn Manke Maljutka's-rubriek (EBUR 2000) ging de oplossing verder met 6...Lh3+ (in plaats van 6...Ld5) 7.Ke5 Kf3 8.Pe4 f1D 9.Pd2+ K~ 10.Pxf1. Maar zwart heeft een iets sterkere verdediging, namelijk 6...Ld5. Mijn bovenstaande versie is een correctie van een miniatuur van Viktor Aleksandrovich Kaljagin in Zadatschy & Etudyi (1998): Kf7 Pg8 / Kg3 Lc8 f4 =, met de oplossing 1.Pf6 f3 2.Pe4+ Kf4 3.Pf2 Ke3 4.Ph1 Lh3 5.Kg6 Lg2 6.Pg3 f2 7.Kf5 Lh3+ 8.Ke5 Lg2 9.Kf5 Lh3+ 10.Ke5, remise. Doch reeds na de eerste zet verliest wit: 1...f3 2.Pe4+ Kf4 3.Pf2, en nu niet 3...Ke3? maar 3...Lb7! en zwart wint na 25 zetten (Nalimov E.T.). Dus zwart triomfeert.