Schaakstudiespinsels 2

Manke Maljutka's

— 20 —

Origineel, 2008

= 0031.01 g8h1

De witte koning staat schaak en hij kiest het énige goede veld:

Zetten

1.
2.

Varianten

neemt dan vier velden aan het paard met 2…Le4! Verder zal wit telkens de énige correcte zet spelen.

Variant A
2…
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
a)
7.
b)
7.
8.
9.

f2 10.Kc3 Kf4 11. Pf1 Lf5 en bijvoorbeeld 12.Kd2 Kf3 Kc2 Ke2 16.Kc3 Lf5 17.K~ Kxd2. En nu niet bijvoorbeeld 10.Kd4? Kf4 11.Pf1 Le4 12.Kc3 Lc6 13.Kb4 Lb7 14.Kc3 La6 15.Pd2 Ke3 koning moet ook hier zijn paard opgeven. Maar: Eindelijk remise. Zo ook na:

Variant B
2…
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
1.Kg4 f3 2.Kg3 Kg1 3.Pe6 f2 4.Pf4 7.Kxf2. 3.Pf5 Kg2 4.Pe3+ Kf3 5.Pg4 f1D 6.Ph2+ K~ 7.Pxf1. De witte koning nadert nu met: En verder zoals in variant A (zie zet remise. Deze studie, waarin zwart meer weerstand biedt, is gecompo- neerd naar aanleiding van de nevenoplosbare oplossing, die G. Brenev gaf in de Neue Leipzger Zeitung (1934). Kh5 Pd8 / Kh1 Ld5 f4 = f1D 5.Ph3+ Kh1 6.Pf2+ Dxf2 Maar ook goed is 1.Pf7 f3 2.Pd6 f2 Het oplossingsverloop van Brenev is echter correct indien men ver- trekt vanuit mijn verbeterde be- ginstelling, waarin ik de witte ko- ning verplaats van veld h5 naar veld h3, zoals te zien in: