Schaakstudiespinsels 2

Maljutka's

— 35 —

EBUR, 2000

+ 3001.10 d2d6

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.

Varianten

Wit heeft nu een paard extra, maar is dit voldoende voor de winst? Sneller gaat het na 1...Ke6? 2.Dd7+ Kf6 3.Df7+ Kg5 4.Dg6+, zie zet 8. in de hoofdvariant. Na 2…Kd6 3.Db6+ Ke7 4.Dc7+ Ke6 5.Dd7 Kf6 6.Df7+ (Zie zet 7. in de hoofdvariant.) 5.Dd4+? Kc7 6.Da7+ Kd6 7.Db6+ Ke7 8.Dd7+ Ke6 9.Dd7+ (Zie zet 7. in de hoofdvariant.) Nu wordt de zwarte koning naar onder gedwongen: 6.Dc7+? Ke6 7.Dc7+ Kf6 8.Df7+ (Zie zet 7.) En komt het paard in aktie.

Variant A
11…
12.
13.
14.
15.
16.
17.

Een stille zet, zodat zwart niet kan schaak geven. Een verleidelijk aanbod:15.Dxh2? pat. en mat. Een, nog niet eerder vertoonde, tweede mogelijkheid is:

Variant B
11…
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
12.Ph3+? Kg2 13.Pf4+ Kf2 14.Pe2 (zie zet 12.) Een tweede stille zet. Want 15.Dh4+? of 15.Dh6? Kg2 16.Dg5+ Kh2 17.Ke1 is een on- nodige omweg. 16.Dh5+?, 16.Df4+? 16.Dh4+ of 16.Dh6+? zijn eveneens onnodi- ge omwegen. En een derde stille zet! Een valstrik. en mat. De versie in EBUR 2000 eindigde zoals in Variant A. Maar zwart verdedigt zich hier beter met de zet 11...Kf2, zoals in Variant B. Recent wist ik de studie dus te verlengen met vijf zetten. Een studie ‘à la Vandiest.’