Mini - Studies
— 79 —
Schakend Nederland, 1986
= 0310.11 f1g6
Hier moet de koning de loper bij-
springen, want na 1.d7? h2 2.Lh1
Kf6 3.Kf2 Ke7 heeft wit geen goe-
de zet meer.
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. |
1.La2 Kd2 2.d5 Ke3 3.d6 3.Kf2! te
6.Lf5 Ta8 7.Lb1 Ta1 8.d8D Txb1+ 9.Db1 Txd1, is het mat.
en nu de probleemzet:
Alle andere zetten falen, bijvoor-
beeld 4.Lc6? Kg3 en nu de zet
toegankelijk maakt voor de toren,
want er volgt een lange overwin-
ningsmars van zwart, beginnend
met: 5…Td8 6.Lc6 Kf2 7.Lb5 Ta8
Ta1 14.d8D Txb1+ 15.Dd1 Txd1+
en mat.
Zwart dekt nu eerst zijn pion zodat
hij met de toren kan spelen, want
na 4…Td8? slaat wit de pion op h2,
met remise.
Een onverwacht offer.
En wit staat pat.
Het is een verbetering van een
miniatuurtje van Jindrich Fritz:
Kh1 Lb1 d4 / Kc1 Th8 h2 =
Het kreeg de eerste prijs in Revis-
ta Romana de Sah (1973) met de
oplossing 1.La2 Kd2 2.d5 Ke3 3.d6
Kf4? 4.d7 Kg3 5.Lg8 Txg8 6.d8D
Txd8, pat.
Maar ik kraakte de studie door
spelen en na 4.d7 Td8 5.Le6 Kg3
En zwart wint.