Mini - Studies
— 98 —
EBUR, 2005
+ 0131.01 h2d1
De pion dreigt te promoveren na
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. |
2.Pg2 Kd3 3.Kh2? Lh4 4.Tb1 Kc2 5.Th1 Lf2 6.Kh3 Kd3 7.Kg4 Kd2
4.Pf4+ Ke3 5.Pxe2 Kxe2.
Niet goed is 2.Te6? e1D 3.Pxe1
Lxe1.
Een niet zo vlug te vinden zet.
Want na bijvoorbeeld 3.Ta1? Lf2
4.Ta2+ Kd1 5.Tb2 e1D 6.Pxe1
K(L)xe1 is het gelijkspel.
Eindelijk remise hoopt zwart, want
na 6…Kd3? zou wit winnen met
7.Kf3 e1D 8.Pxe1 Lxe1 9.Txe1.
Doch niets is minder waar:
En dan:
En plots is de loper gevangen.
Verrassend mooi. Wit wint na bij-
voorbeeld 8…Kd1? het snelst met
9.Ke3 Kc2, en 10.Txe1+.
Het driemanschap Salov-Kricheli-
Kralin veroverde ten onrechte de
eerste prijs in het Arsjakov-50 JT
(1989) met deze ministudie:
Kh1 Tb7 Pc4 / Kf5 Lf6 e2 +
en als oplossing: 1.Pe3+ Ke4
8.Kf4 e1D 9.Pxe1 Lxe1 10.Kf3., en
de loper valt.
Maar het is remise na 3.Kh2? Lh4
Ik trachte nog de studie te redden
door 3.Pe1+? te spelen (in plaats
van 3.Kh2 dus) 3…Kd2 4.Tb1 Lh4
5.Pf3 Kc2 Maar hier wint wit dan
met zowel 6.Ta1+ als met 6.Tg1+.
Dus nevenoplosbaar.
Opdat echter het verrassend mooi
einde, gevonden door het knappe
trio, niet verloren zou gaan ver-
werkte ik hun idee in de boven-
staande verkorte verrsie, met
zwart aan zet.