Mini - Studies
— 101 —
Origineel, 2008
+ 0040.20 a3d3
Zetten
| 1. | ||
| 4. | ||
| 7. | ||
| 12. |
Varianten
a)
| 1… | ||
| 2. | ||
| 3. |
Ld8 4.Kc6, enzovoort. En na:
b)
| 1… | ||
| 2. |
4.Lf6 Kc3
voorbeeld 5.Kb5 Kxd4 6.Kc6
La5 7.Lf2+ K~ 8.Lb6 Lxb6
Na 4…La5? wint wit zowel met
Het bekende driehoekje, want
is een onnodige omweg.
Nu dreigt de witte koning via
men, wat zwart wil beletten met:
Maar dan volgt:
En wint.
De witte soeverein heeft geduldig
een ‘ommetje’ gemaakt.
In een later ontdekte gelijkaardige
studie van Toon Balemans:
Kd1 Le5 d4 d7 / Kd3 Lb6 +
met de oplossing 1.Lf6 La5 2.Kc1
Kc3 3.Kb1 Lb6 4.Ka2 La5 5.Ka1
Kc4 6.Kb1 Lb6 7.Kb2 Lc7 8.Kc1,
enzovoort, is de zet 4.Ka1 reeds
de hond in het kegelspel.
Bij mij, slechts op de alerlaatste
zet: 12.d8D(T).