Schaakstudiespinsels 2

Mini - Studies

— 114 —

Origineel, 2009

+ 0410.01 c5a8

Wit dreigt één van zijn stuken te moeten prijsgeven, maar:

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.

Varianten

Het beste: 2…Kb8? 3.Kb6 Tc7 en bijvoorbeeld 4.Th2 Tc8 5.Th7 a4 mat. Dreigt opnieuw 5.Txa5+ Een onverwachte zet, want na gen.

a)
6.
7.
8.

of ook:

b)
6.
7.
8.

Korter dan 3.Kh3 of 3.Kh5. Maar niet 3.Kf3? Tb4 4.Pd6 Ke5 remise En niet 4.Pd8? om de pion te dek- ken, wegens 4…Tb3+ 5.Kf4 Ke7 Ook dit is korter dan 6.Kg4?, 6.Kf2, omwegen zijn. Na 6…Tb4? volgt 7.Pe4 Ke6 8.a6 Kd7 9.a7 Kc7 10.a8D, met winst. Weerom de snelste weg. En wint met dame tegen toren.

Variant B
8…
5.Tb1?, 5.Tb2?, 5.Tb3?, en 5.Tb6?, volgt 5…Ka7 6.Tb5 Ka6 7.Tb7, en dit zijn onnodige omwe- 1.Pf7+ 1.Pf7+ Ke6 2.b7 Td3+ wint zowel 3.Kg4 als 3.Kh4. De witte koning moet via de 3de en 4de rij naar de toren om van het ‘schaakgeven’ verlost te zijn, want na 3.Kg5? of 3.Kh5? volgt 3…Tb4 En dus niet 4.Ke2? Tb3 5.a5 Kd7 Tb6 12.a7+ Kxa7 met remise. Verhinderd 5…Txb7 6.Pd8+ en Kd7 6.Kd5 Kxd8. Maar nu niet 8.Pd6? Kb8 9.Kc3 Ta4 10.Kb3 Txa6, remise. En ook hier wint wit. In Schakend Nederland stond de- ze versie: Kh3 Pg5 a4 b6 / Ke5 Td5 + Met dezelfde oplossing, maar na En ook ontbrak de Variant A.