Schaakstudiespinsels 2

Mini - Studies

— 133 —

Origineel, 2011

+ 0041.01 b5b7

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.

Varianten

Een onnodige omweg is: 6.Le4? Ka6 7Ld3+ Kb7 8.Lb1 (Zie zet 6.) En wit wint. Het is een fijne verrijking van een werkje van Missiaen en mezelf: Kc5 Lf5 Pc4 / Kb7 Lg8 b4 c7 +, dat U kunt terugvinden in dit boek. Zie studie - 173 -. Dit ultraminiatuurtje is ontstaan op zoek naar een correctie van de 2de Prijs van Kuryatnikov, in het Sa- rychev Mem.Tny (1988.) Kc3 Lh7 Pg4 a2 / Kb8 Lb7 Pa3 c7 +

a)
11.
1.Kb4 Pc4 2.Kxc4 Lc8 3.Pe5 Le6+ 4.Kb5 Lxa2 5.Pc6+ Kb7 6.Le4 Kc8 7.Lf5+ Kb7 8.Kc5 Lg8 9.Lb1 Ka6 10.Le4 10...Lb3? En nu: 1.Pc6+ Ka8 2.Le4 Kb7 en 3.Kb5! 5.Kc5 Lg8 6.Lb1 Ka6 7.Le4 Le6! 8.Ld3+ Kb7 9.Pd8+ Kc8 10.Pxe6 Dus nevenoplosbaar. De betere zet is: 10...Le6! 11.Ld3+ Kb7 Jarl Ulrichsen schreef: In EG / 185 we challenged the readers to sha- re with us their view about Ignace Vandecasteele’s miniature version of Kuryatnikov’s idea. I received critical evaluations from Timothy Whitworth and Marcel Van Herck and a defence from Ignace to whom Marcel had sent a copy. Timothy dacht: “The move 6.Be4 looks to me like a dual rather than a harmless time-waster.” En ook “Marcel cocludes that 6.Be4 is a cook (referring to the vieuw of Missiaen and HhdbIV) and he would have disqualified the study if he had acted as a judge.” Klinkklare nonsens! Beide heren zijn fout. Er Is geen dual maar wel een onnodige omweg van twee zetten. In Endgame Challenge be- schouwde John Nunn zet 6.Be4? dan ook als “a mere postpone- ment”. Mijn studie is dus correct volgens Nalimov’s datbase. De nu als ‘Judge’ beïnvloedbare Marcel beweerde verder: “Ignace just cuts the introduction of Kury- atnikov’s prizewinner. As result the bK is confined to the corner region right from the start. Economy is important, but Kuryatnikov’s intro- duction was far from trivial.” Wat is nu economischer om tot de onderstaande stelling te komen: Kb5 Lf5 Pc6 / Kb7 La2 c7 - zeven zetten spelen, door het slaan van een paard én een pion? Of: - slechts vier zetten spelen, om aldus een langere inleiding te cre- ëren zonder bijkomend materiaal? Dus géén “just cuts the introduc- tion.” Maar net andersom: de in- leiding wordt in feite met één zet verlengd, zonder twee overbodige stukken te slaan. Mijn hogerstaand fijn miniatuurtje heeft dus, door na tien correcte zetten de loper te veroveren, on- tegensprekelijk bestaansrecht. Bovendien is het originele idee: ‘Een strijd van loper en paard te- gen loper en een c7-pion’, eerder van Missiaen (1985) dan van Ku- ryatnikov (1988). Beide versies zijn fraai, maar jammer genoeg neven- oplosbaar op het einde. In EG N°190 bevestigde Ulrichsen zijn ‘afkeuring’ met: “In Ignace’s version the white king does not need to find the right square b5 (instead of c5) for his king”. Inder- daad is 4.Kb5! een fijne zet. Daar- om stel ik nu deze aangepaste, en steeds correcte, variant voor. (EG N°191 2013): Kb4 Lf5 Pe5 / Kb8 La2 c7 + Met de gelijkwaardige oplossing: (Yes we can) 3...Kc8 4.Lf5+ Kb7 En wint. Het is niet, omdat ik de beide stu- dies heb verbeterd, én van Mis- siaen én van Kuryatnikov, dat mijn studie nu een correctie zou zijn van deze laatste, zoals Ed van de Ge- vel het fout aankondigde in EG. Het is een knap op zichzelf staand origineel ultraminiatuurtje.