Miniaturen
— 154 —
Schakend Nederland, 1965
+ 0042.01 h5f5
Twee witte stukken staan aan-
gevallen. En de witte loper plaatst
zich op het énige goede veld uit
dertien!
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. |
Niet goed is bijvoorbeeld: 1.Lg7?
Lg6+ 2.Kh6 Kxe4 3.Pc3+ Kf5
4.Pb5 Lf7 (4…b6? 5.Pd4+ Ke4
6.Kxg6) 5.Pd6+ Ke6 6.Pxf7 Kxf7.
En na bijvoorbeeld 6…Kd5 is het
ook remise, daar de zwarte loper
dan meespeelt.
Want 1...Kxe4 2.Pf6+ en 3.Pxh7
wint.
En de zwarte loper zit in de val.
Een poging om de pion te stoppen
via 5.Lc3? mislukt: 5…Kg5 6.Ld2+
Kf5 7.Lc1 b4 8.Ld2 b3 9.Lc1 Lh5
10.Pxh5 Ke4 11.Pg3+ Kd3 12.Pf1
Kc2 13.Lf4 b2 14.Pd2 b1D
15.Pxb1 Kxb1.
En zwart heeft nu geen goede
zetten meer.
en bijvoorbeeld:
De zwarte loper moet er aan ge-
loven op de volgende zet.
“Een studie waarin wit op kunst-
zinnige wijze voordeel trekt uit de
slechte stand van de zwarte ko-
ning en loper.” beoordeelde de
toenmalige schaakredacteur Cor
de Feijter.