Miniaturen
— 168 —
EBUR, 1994
+ 0041.02 g5a8
Het paard slaat geen van beide pi-
onnen maar sluit de koning op.
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. |
Varianten
Na een loperzet rukt de witte ko- ning op naar veld c8, bijvoorbeeld:
a)
| 1… | ||
| 2. | ||
| 3. |
4.Kd7 d2 5.Kc8 d1D 6.Lb7+ en mat. Zo ook na:
b)
| 1… | ||
| 2. | ||
| 3. |
3… f4 4.Pd8 Le5
5.Le4+ Ka7(Kb8) 6.Pc6+ K~ 7.Pxe5
2.Kg6 Lh8 3.Ld3 Kb7 4.Pd8+ Kc7
7.Kc8 d1D 8.Lb7+ en mat.
Maar niet 2.Kf4? want 2…Lh8
blokkeert veld e5, en na 2.Kxf5 d3
wint wit niet, al slaat hij de pion.
Op 2…Lf8? volgt 3.Kf7 en bijvoor-
beeld 3…La3 4.Ke6 d3 5.Kd7 d2
6.Kc8 d1D 7.Lb7+ en mat.
Zet de zwarte loper en pion d4
buitenspel.
Variant A (Halberstadt)
met winst.
Variant B (Vandecasteele)
4...f3 5.Pf7 f2 6.Pxh8 enzovoort.
En ook hier winnend.
De studie van Vitaly Halberstadt in
L’ Italia Scacchistica (1953) startte
vanuit de positie:
Kh5 La6 Pb4 / Ka8 Lg7 d5 +
En heeft als oplossing: 1.Pc6 d4
5.Pf7 en 6.Pxh8. .
Dankzij een fijne verhandeling van
Henk Muzerie: “Thematische zui-
verheid” in EBUR (1993), kwam ik
op het idee om de studie te ver-
rijken met een tweede zwarte pion
en een tweede variant.