Schaakstudiespinsels 2

Miniaturen

— 179 —

EBUR, 2001

+ 4013.01 g4g8

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.

Varianten

2...Dg7? 3.Dd8+ (Zie zet 8.) 5…Kh8? 6.Df6+ Dg7 (6…Kg8 7.Lf7+ Kh7 8.Lg8+ Kxg8 9.Dxh6) 7.Dd8+ Dg8 8.Dxh4+ (Zie zet 9.) 7...Kg8? 8.Lf7+ Kh7 9.Lg8+ Kxg8 10.Dxh6, en wint. Nog de koning noch de dame heb- ben een goede zet.

Variant A
11…
12.
13.
a)
13…

Ook hier mat.

Variant B
11…
Een lange studie van Th.C.L. Kok: Kg4 Dd7 Lh5 / Kh8 De5 a2 f4 h3 + in de Nieuwe Haagse Courant uit het jaar 1935(!), opgedragen aan Dr. Tartakover, luidt: 1.Lg6 Dg7 2.Dc8+ Dg8 3.Dc3+ Dg7 4.Dxh3 Kg8 5.Db3+ Kh8 6.Db8+ Dg8 7.Db2+ Dg7 8.Dh2+ Kg8 9.Dxa2+ Kh8 10.Da8+ Dg8 11.Da1+ Dg7 12.Dh1+ Kg8 13.Dd5+ Kh8 14.Dd8+ Dg8 En nu: 15.Dh4+? Kg7 16.Dg5 f3 17.Kh3 f2 18.Kg2 f1D 19.Kxf1 Dh8 20.Lh5+ Kf8 21.Dc5+ Kg7 22.De5+ Kh7 23.Df5+ Kg7 24.Df7+ Kh6 25.Dg6+ en mat. Ik vond evenwel een kortere ne- venoplossing met de stille zet: 15.Dd6! (en de dreiging 16.Kg5) 15…Kg7 16.Kg5 Da2 17.De7+ Kg8 18.Kh6 Dh2+ 19.Lh5 en nu gedwongen: 19...Dxh5+ 20.Kxh5 met winst. Met respect voor de lange oplos- sing van de Nederlander heb ik het essentiële er nu uitgehaald, ver- sterkt met een Friese volbloed.