Miniaturen
— 198 —
EG, 2010
+ 0040.12 h3h5
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. | ||
| 11. |
10.Lf7+ Kf5 11.La2+ met verove-
8.De7+ en 8.Dg8+ winnend.
Na bijvoorbeeld 3...Kf6? 4.Lc4
houdt de loper de zwarte pionnen
tegen en komt de witte koning ter
hulp.
Beide hebben het promotieveld
bereikt, maar na:
Maar wit wint.
In Shakhmatnaja Moskva (1965)
publiceerde E. Pogosjants deze
ministudie:
Kh3 Lc4 e5 / Kh5 Le1 b4 +
De beginzetten zijn gelijklopend
met de mijne, maar na zet 6...Kf6
(in plaats van mijn 6...Kf5) gaat de
componist verder met: 7.De6+
Kg7 8.Df7+ Kh6 9.Df8+ Kg6
ring van de dame.
Maar helaas zijn ook de zetten
In mijn versie worden alle neven-
oplossingen teniet gedaan door
het bijplaatsen van, jawel, een
extra zwarte pion. Je moet alleen
maar weten waar die moet staan.
Ook dat is componeren.
Ulrichsen schreef: “Ignace has
made the line 7.Qh5+ unique, for
without the Black pawn White
could play 7.Qf7+ Ke5 8.Qd5+.”