Miniaturen
— 211 —
Origineel, 2003
+ 0024.01 d1a8
De witte koning ziet zijn loper
verdwijnen, maar:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. | ||
| 11. | ||
| 12. | ||
| 13. | ||
| 14. | ||
| 15. | ||
| 16. | ||
| 17. | ||
| 18. | ||
| 19. | ||
| 20. |
1.Ke4 Pg4, enzovoort. (Zie zet 3 )
En nu:
En mat.
Na de zet 19…Ka7? en nu 20.Kc7
volgt bijvoorbeeld het beste ant-
woord van zwart: 20…Ph6, en
beide zetten 21.Le3 of 21.Ld4 zijn
dan winnend. Dus nevenoplos-
baar. Maar…de énige zet van
zwart waarop wit slechts één
goede antwoord heeft is 19…Ka5!
en wit reageerd hier op, volgens de
regels van het spel, met een
toevallig mat.
Vele bordschakers zullen deze
harakiri van de zwarte koning
zeer eigenaardig en onaanneme-
lijk vinden. Toch is het correct.
Omdat, in deze studie, het juiste
verloop van sommige zetten niet
zo makkelijk te vatten is voor ons
arm brein, lijkt het geheel esthe-
tisch niet zo fraai misschien, maar
technisch is dit fouloos miniatuur-
tje een hoogstandje, vooral door
zijn lengte: 20 zetten diep.
Nog een mini-studie uit 2017:
Kd3 Le1 Pa4 / Ka8 Ph2 +