Schaakstudiespinsels 2

Bijna - Miniaturen

— 226 —

Schakend Nederland, 1975

+ 0314.11 f5h4

Wit kan hier niet ongestraft de to- ren of de pion slaan:

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.

Varianten

a)
1.
b)
1.
2.

3.K~ Pxh6, remise. Ook

c)
1.

Kg3 3.K(P)xe6 haalt niets uit. Daarom: Het beste, want 1...Txf6+? faalt op 2.Kxf6 en bijvoorbeeld 2…Pg4+ 3.Kf5 h5 4.g7 Ph6+ 5.Kg6 Pg8 6.Kh7 Pf6+ 7.Kh8 Kg5 8.Pc7 Kg6 9.Pe8 Pxe8 10.g8D. Dekt tweemaal de pion, en dreigt mat op f4. 4…Pd3? 5.Le7 Txg7 6.Pxg7+ en mat. Hier faalt nu de afwachtende zet 5.Le7? op 5...Pg5 6.Pf4+ Kh4 7.Lf6 Txg7 8.Lxg7 Pf3 9.Lxh6, maar er is geen winst meer.

Variant A
5…
6.
7.
8.

Zwart is nu in zetdwang. Speelt het paard dan is het mat op f4. En speelt hij bijvoorbeeld: 7…Tc8? Pxf7 14.Kxf7, dan wint wit met loper en paard. en mat.

Variant B
5…
6.
7.
8.
8.Pxg7+ Wit mag dit offeraanbod niet aan- vaarden: 7.Pxc5? 8.Txg7 met re- mise. Maar hier is ook mat.