Bijna - Miniaturen
— 237 —
Probleemblad, 2000
+ 0310.22 a1a7
In samenwerking met mijn goede
schaakvriend Roger Missiaen ont-
stond deze vrij inhoudrijke studie,
met vele verleidingen:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. |
Varianten
En niet 1...Txa5+? 2.Kb2 Tc5 3.Lf2 b6 4.Lxc5 Kb7 en 5.Lxb6 Uiteraard niet 2.Ka2? wegens 2...Tc1, en wit komt niet verder. Maar niet 4.Kc1? b3 5.c8D Tc2+ 6.Dxc2 bxc2, remise. w
Variant A
| 5… | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. |
a)
| 7. |
en bijvoorbeeld 8.Le7 Tf7 Txc7, enzovoort. Daar er nu geen pat meer ontstaat na 7…Tb4+ valt zwart de witte to- ren aan. Deze kan geen kant uit zonder verlies. Maar na: . wint wit door overmacht.
Variant B
| 5… | ||
| 6. |
a)
| 6. |
riant A b): 6...Kb7, met remi-
se.
“Drie ineengeweven schaakmotie-
ven waarvoor wit moet opletten:
pat, dolle toren of slechte loper,
knap verwerkt.” aldus besloot Fer-
nand Joseph.
Julien Vandiest vond het zelfs: “Als
miniatuurtje een compositorisch
huzarenstukje.”
-
s