Schaakstudiespinsels 2

Bijna - Miniaturen

— 242 —

Evreinov Mem.Ty, 1995

+ 0045.01 c7c5

Beide raadsheren bedreigen el- kaar, en wie haalt het? 1.Pd7+ w Wit geraakt hier niet verder met het weglokken van de koning door 1.Pa6+? Kd4 2.Pe2+ Ke5 of 2.Pf5 Ke5, enzovoort.

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.
6.
9.
10.
1...Kc4? om de loper te blijven dek- ken faalt op 2.Pb6+ en 3.Pxd5. En niet 2.Pe2+? Ke3 3.Lxd5 Kxe2 met remise. Na 2...Kc4? volgt weerom een paardvork op veld b6 of e3, met verovering van de loper.. Een poging om te winnen met 4.Pf5+ Ke4 en dan een batterij te vormen met 5.Lh7? lukt niet we- gens bijvoorbeeld 5...Pg5 6.Lg6 Kf4, met remise. 4.Ke4? En nog maar eens een paardvork op c3. Na 5...Kb3(b4)? valt na 6.Lxd4(+) Kxa3 ook 7.Lxf3. Ook hier dus niet 6....Kc4? of 6...Kd3? om de reeds vertoonde redenen. Nu is 7.Pf6+? niet mogelijk, maar wel; Na 8...Kf6? valt de loper: 9.Lxd5. En nu, na deze carrousel, staat al- les klaar voor de finale: en mat. De vijandelijke koning wordt, door de witte cavalerie en door zijn ei- gen krijgsmacht gehinderd, in een matnet gelokt.