Bijna - Miniaturen
— 248 —
Origineel, 2008
+ 0040.13 a5g2
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 6. | ||
| 8. | ||
| 9. |
Op weg naar promotie.
Niet 2.Kxa6? Lc3, en nu mislukt het
weglokken van de loper met 3.La5
op 3...Lb2 4.h7 e4. Of 3.Kb5 e4
4.Kc4 Lh8 enzovoort.
Dreigt 3...e4.
4 3.Kb3 La1
Een vroege poging met 4.La5? e4
5.Lc3 Lxc3 6.Kxc3 e3 7.Kd3 Kf3
8.h7 e2 9.h8D e1D geeft slechts
remise.
Lokt de zwarte loper weg.
4...Lxa5? 5.h7.
Alles staat nu klaar voor de win-
nende zet:
Maar niet onmiddellijk 8.h7? we-
gens 8...e4 9.Kc4 Lh8 10.Ld4 e5
11.Lxe5 Lxe5.
9...e3? 10.Lxa1 e2 11.Lc3.
En wint, want zwart komt te laat
met zijn pionpromotie.
Het is een uitbreiding van een mi-
niatuurtje van P. Heuäcker (1930):
Kc1 Lb8 h6 / Kh4 Ld4 e5 +
1.La7 La1 2.Kb1 Lc3 3.Kc2 La1
4.Ld4 exd4 5.Kd3 en wint.
“Dat briljante ideeën met een mi-
nimum aan materiaal uit te drukken
zijn leert ons Heuäcker” besloot
Hans Bouwmeester in zijn boek:
‘Schaakstukken spelen U voor’.
Vriend Ward Stoffelen schreef in
zijn rubriek ‘Eindspel en -studie’ in
Schaakschild (1984) dat men
Anatole Mouterde onrecht zou
aandoen, mocht men hem niet
vernoemen als de voorganger van
de ‘Letztform’ van Heuäcker.
In Sydsvenska Dagbladet Snäll-
posten (1913) verscheen van
Mouterde onderstaande studie:
Kc1 Lb4 a3 f2 h5 /
Kb7 Lb6 a5 e5 h4 +
met de oplossing: 1.h6 Ld4 2.Lc5
La1 3.Kb1 Lc3 4.Kc2 La1 5.Ld4
Lxd4 5.Kd3 Lb2 6.Ke4 en wint.
In mijn oorspronkelijke versie,
zonder een extra pion op veld e6
(Schakend Nederland 1962), is er
een dual aanwezig, want dan wint
wit ook met: 7.h7 e4 8.Kb3 Lh8
9.Kc4 Kf3 10.Ld4 e3 11.Lxh8 e2
12.Lc3, enzovoort.
r