Deze copieuze studie kwam tot
stand dankzij de hulp van mijn jon-
ge landgenoot, de getalenteerde
Eddy van Espen.
Na mijn negende(!) mislukte po-
ging, onder de titel ‘Het Leste is het
Beste’ in EBUR, hebben wij samen
er iets moois van gebakken. Mits
kleurverwisseling van mijn studie,
doch met behoud van alle ingre-
diënten: geweigerde offers, ver-
scheidene patwendingen, falende
promoties tot dame, loper of paard,
werd zelfs een dreigende vesting-
bouw verhinderd.
Ik verrijkte verder het geheel nog
met een verrassende eerste zet:
‘de kers op de taart’. Proef maar:
Zetten
1.
2.
5.
6.
8.
9.
Varianten
Wit moet omzichtig te werk gaan
wegens de zwarte dreigende vrij-
pionnen, en fout is het recht-
streekse 1.Txf4? exf2 2.g3 (2.Tf3,
b3) 2…b3 3.Kg2 b2 4.Tg4+ Kh8 en
zwart haalt dame, of verlies van de
toren.
Zwart kruipt in het hoekje, want na
4.Tf1 Lc3 en bijvoorbeeld 5.Kg3
Ke4 6.Tb1 b2 7.Kg4 Kxe3 8.Kh5
Kd3 9.g4 Lg7 10.Txb2 Lxb2
11.Kxh6 is het remise.
Maar beslist niet:
a)
2.
3.
4.
Le1 5.f5 (5.Kf1 Lc3) 5…b2 6.f6
b1D 7.f7 Lg3+ en mat. Of hier
Dxf7. Ook niet:
b)
2.
3.
4.
e1D, en zwart wint.
Na de tekstzet heeft zwart een
relatief makkelijke keuze:
Pogingen als
a2)
2…
3.
4.
b2)
2…
3.
4.
(4…Kg7 5.Tf3 b2 6.Tb3)
c)
2…
3.
4.
5.Tb8, halen niets uit.
Het ziet er plots goed uit voor
zwart, want er dreigt niet alleen de
dodelijke penning 3…Le5, maar te-
vens dreigt nu de e-pion op te ruk-
ken. Daarom een onverwacht of-
feraanbod van wit:
a3)
3.
4.
5.Te7+ Kf8, noch
b3)
3.
4.
1…Kf6? 2.Txf4+ Ke5 3.fxe3 b3
3.Txb4
3… exf2
4.Tb8+
4… Kg7 5.Tb7+ Kg6
6.Tb6+ Kg5 7.Tb5+ Kg4
Pf3+ 12.Kf2 Pxe1 13.Kxe1
Kxg3 14.Kf1, is remise.
Dus probeert zwart:
Zodat de patwendingen eruit zijn.
En opnieuw Böhm: “En dat is het
grote verschil met de variant bij zet
4. Als wit eerst 4.Tb1? speelt en de
toren dus op b5 zou staan, dan zou
zwart de tijd hebben om met
12…Te4 simpel te winnen door
materiële overmacht. En waar alle
Vandecasteeles naar op zoek zijn
is juist een overwinning van de
geest op de materie.
En de welverdiende remise is bin-
nen.”
Een smakelijk baksel om te sa-
voureren.
Dit boeiend eindspel werd door
Jan Timman en Hans Böhm ver-
kozen tot een van de tien mooi-
ste studies van het jaar 2003.
In het boek Briljant Schaken ver-
wonderde, de vermoedelijk ver-
keerd ingelichte, Böhm zich er over
hoe ik, de ‘allerbelabberste partij-
speler’ (sic), tot zulk een uitzonder-
lijke prestatie kon komen ?
Sorry Hans, maar ik ben nooit of-te
nimmer een partijspeler geweest,
doch enkel een studie-componist,
pur et simple. Het is dus een flinke
flater, maar weliswaar goed be-
doeld als gewenste tegenstelling,
hoop ik.
Scheidsrechter Rainer Staudte
schreef over deze studie:“The mo-
tivation for the underpromotion be-
cause of different stalemate re-
sources is very original.”
En Julien Vandiest besloot met:
“Deze studie heeft alles! Een
waar monument.”
En toch ontving ik slechts een 3de
eervolle vermelding?
Begrijpe wie kan.