Schaakstudiespinsels 2

Studies

— 282 —

EBUR, 2002

= 0130.25 h2g7

Deze copieuze studie kwam tot stand dankzij de hulp van mijn jon- ge landgenoot, de getalenteerde Eddy van Espen. Na mijn negende(!) mislukte po- ging, onder de titel ‘Het Leste is het Beste’ in EBUR, hebben wij samen er iets moois van gebakken. Mits kleurverwisseling van mijn studie, doch met behoud van alle ingre- diënten: geweigerde offers, ver- scheidene patwendingen, falende promoties tot dame, loper of paard, werd zelfs een dreigende vesting- bouw verhinderd. Ik verrijkte verder het geheel nog met een verrassende eerste zet: ‘de kers op de taart’. Proef maar:

Zetten

1.
2.
5.
6.
8.
9.

Varianten

Wit moet omzichtig te werk gaan wegens de zwarte dreigende vrij- pionnen, en fout is het recht- streekse 1.Txf4? exf2 2.g3 (2.Tf3, b3) 2…b3 3.Kg2 b2 4.Tg4+ Kh8 en zwart haalt dame, of verlies van de toren. Zwart kruipt in het hoekje, want na 4.Tf1 Lc3 en bijvoorbeeld 5.Kg3 Ke4 6.Tb1 b2 7.Kg4 Kxe3 8.Kh5 Kd3 9.g4 Lg7 10.Txb2 Lxb2 11.Kxh6 is het remise. Maar beslist niet:

a)
2.
3.
4.

Le1 5.f5 (5.Kf1 Lc3) 5…b2 6.f6 b1D 7.f7 Lg3+ en mat. Of hier Dxf7. Ook niet:

b)
2.
3.
4.

e1D, en zwart wint. Na de tekstzet heeft zwart een relatief makkelijke keuze: Pogingen als

a2)
2…
3.
4.
b2)
2…
3.
4.

(4…Kg7 5.Tf3 b2 6.Tb3)

c)
2…
3.
4.

5.Tb8, halen niets uit. Het ziet er plots goed uit voor zwart, want er dreigt niet alleen de dodelijke penning 3…Le5, maar te- vens dreigt nu de e-pion op te ruk- ken. Daarom een onverwacht of- feraanbod van wit:

a3)
3.
4.

5.Te7+ Kf8, noch

b3)
3.
4.
1…Kf6? 2.Txf4+ Ke5 3.fxe3 b3 3.Txb4 3… exf2 4.Tb8+ 4… Kg7 5.Tb7+ Kg6 6.Tb6+ Kg5 7.Tb5+ Kg4 Pf3+ 12.Kf2 Pxe1 13.Kxe1 Kxg3 14.Kf1, is remise. Dus probeert zwart: Zodat de patwendingen eruit zijn. En opnieuw Böhm: “En dat is het grote verschil met de variant bij zet 4. Als wit eerst 4.Tb1? speelt en de toren dus op b5 zou staan, dan zou zwart de tijd hebben om met 12…Te4 simpel te winnen door materiële overmacht. En waar alle Vandecasteeles naar op zoek zijn is juist een overwinning van de geest op de materie. En de welverdiende remise is bin- nen.” Een smakelijk baksel om te sa- voureren. Dit boeiend eindspel werd door Jan Timman en Hans Böhm ver- kozen tot een van de tien mooi- ste studies van het jaar 2003. In het boek Briljant Schaken ver- wonderde, de vermoedelijk ver- keerd ingelichte, Böhm zich er over hoe ik, de ‘allerbelabberste partij- speler’ (sic), tot zulk een uitzonder- lijke prestatie kon komen ? Sorry Hans, maar ik ben nooit of-te nimmer een partijspeler geweest, doch enkel een studie-componist, pur et simple. Het is dus een flinke flater, maar weliswaar goed be- doeld als gewenste tegenstelling, hoop ik. Scheidsrechter Rainer Staudte schreef over deze studie:“The mo- tivation for the underpromotion be- cause of different stalemate re- sources is very original.” En Julien Vandiest besloot met: “Deze studie heeft alles! Een waar monument.” En toch ontving ik slechts een 3de eervolle vermelding? Begrijpe wie kan.