Schaakstudiespinsels 2

Studies

— 296 —

Origineel, 2008

+ 3041.32 b2a7

Omdat er een tweede zwarte da- me dreigt heeft wit de keuze tus- sen de eigen pionpromotie of het onmiddellijk slaan van de dame of de loper, maar kiest dan uitein- delijk voor een paardvork:

Zetten

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
25.
26.

Varianten

a)
1.
2.
3.

e1D+ is het reeds mat. Of

b)
1.

Ka8 9.Pc4 Df5+ 10.Le5 f3 Dxf8 14.Ld4+ Ka8 15.Pxf8 f1D en er zit geen winst meer in (Nalimov) Tenslotte zou zwart winnen na:

c)
1.
2.

3.f8D en 3…e1D. Niet goed is 2.Lxc7? e1D 3.axb4 Dxb4+ 4.Kc1 Kxb5 en zwart wint. Nog het beste, want de winst is duidelijk voor wit na:

a2)
3…
4.

bijvoorbeeld:

b2)
3…
4.
5.
Kc6 6.Dc5+ Kd7 7.Dc7+ Ke8 10.Dd6+ Kg8 11.Dxf4 en wit wint na 19 zetten (Nalimov.) Na deze ietwat geforceerde inlei- ding mag de pion nog niet promo- veren: 4.f8D? e1D 5.Da8+ Kxb4, en er is geen winst meer voor wit. Dan maar een dreigende paard- vork om de pion te slaan met: Want ook hier faalt 5.f8D? op 5…Dd2+ 6.Kb1 Kb3 en 4…Db2+ en mat. En eerst nu kan de witte pion pro- moveren, en de jacht is open: En eindelijk: 12.Df5? Kd4 13.Dd5+ Ke3, (Zie zet 12.) En eindelijk mag de witte vorst ook een stapje dichterbij komen met: zodat zijn echtgenote het mat kan afdwingen. Oef ! “Good sharp play” was het com- mentaar van Romuald Lazowski.