Studies
— 298 —
Origineel, 2008
+ 1061.12 f1d6
Na 1…Lxh6 komt de dame in aktie
met winst, maar zwart heeft een
verrassing in petto:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. |
Nu is de dame ten dode opge-
schreven.
Fout is het verleidelijke 4.Pf5+?
Ke6 5.Pxe3 Lxg2+ 6.Kxg2 a4
7.Kxg3 a3 8.Kf4 a2 9.Pc2 Kd5
10.Ke3 Kc4 11.Pa1 Kc3 12.d5 Kb2
13.d6 Kxa1 14.d7 Kb1 15.d8D
a1D, met remise.
Na 4…Lxf7? zou de dame met
5.Dxg3+ nu winnen.
Ook hier is het paard slaan met de
loper uit den boze, de koning moet
deze laatste blijven dekken. Na
6…Ke6? volgt 7.Pc5+ Kd6 8.Pe4+,
en de dame komt in het spel, met
winst.
Voor de vierde maal is het paard
onaantastbaar.
Daar gaat de dame, maar wit wint
na:
Ik verkies deze vereenvoudigde
stelling boven een eerdere gelijk-
aardige studie in dit boek, name-
lijk nummer - 295 - Maar ik vind
geen goede eerste zet voor wit.
Zodus…
Een vorige nevenoplosbare versie
uit 2002 verscheen in De Morgen.
De rubriekleider Wouter Janssens
reageerde toen aldus:”De witte d-
pion brengt de beslissing, maar de
glansrol is voor het witte paard, in
een lichtvoetig maar perfect en
typisch mechaniekje. Met dit soort
constructies vergaarde Vandecas-
teele volkomen terecht wereld-
faam.”