Schaakstudiespinsels 2

Manke Maljutka's

— 1 —

Origineel, 2008

+ 4001.00 d1b3

Laten we starten met de correctie van een studie van een der grootste Nederlandse componisten. Ik kan me niet meer herinneren of ik deze verrijking ooit gepubliceerd heb. Daarom nu:

Zetten

1.
2.

Varianten

a)
2.
3.
4.
b)
2.
3.
4.
5.
6.

Er zijn nu zelfs twee varianten:

Variant A
2…
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
a)
4.
5.
6.
b)
6.
7.
Variant B
2…
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
a)
6.
7.
8.
b)
6.
7.
8.
c)
6.
7.
8.
9.
10.
d)
6.
7.
8.
9.
10.
En wit wint in beide varianten. Carel Mann speelde in Caissa (1935): 1.Pa5+ Ka2 2.Pc4 Dd8+ 3.Kc2 Dg8 4.De2 Db8 5.Kc3+ Ka1 6.Dd1+ Db1 7.Da4+ (7.Dd4+ is korter) 7…Da2 8.Db5 (8.Dd1+ is korter) 8…Db1 9.De5 Dd1 10.Da5+ (10.Kb4 is ook korter) 10…Kb1 11.Pd2+ (en 11.Pa3+ is eveneens korter). De vermaarde ‘damespecialist’ beschikte in 1935 uiteraard niet over een schaakprogramma om zijn studie te verifiëren, via de computer, naar een kortere correcte zet.