Laten we starten met de correctie van een studie van een der grootste Nederlandse componisten. Ik kan me niet meer herinneren of ik deze verrijking ooit gepubliceerd heb. Daarom nu:
Zetten
1.
2.
Varianten
a)
2.
3.
4.
b)
2.
3.
4.
5.
6.
Er zijn nu zelfs twee varianten:
Variant A
2…
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
a)
4.
5.
6.
b)
6.
7.
Variant B
2…
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
a)
6.
7.
8.
b)
6.
7.
8.
c)
6.
7.
8.
9.
10.
d)
6.
7.
8.
9.
10.
En wit wint in beide varianten.
Carel Mann speelde in Caissa (1935): 1.Pa5+ Ka2 2.Pc4 Dd8+ 3.Kc2 Dg8 4.De2 Db8 5.Kc3+ Ka1 6.Dd1+ Db1 7.Da4+ (7.Dd4+ is korter) 7…Da2 8.Db5 (8.Dd1+ is korter) 8…Db1 9.De5 Dd1 10.Da5+ (10.Kb4 is ook korter) 10…Kb1 11.Pd2+ (en 11.Pa3+ is eveneens korter).
De vermaarde ‘damespecialist’ beschikte in 1935 uiteraard niet over een schaakprogramma om zijn studie te verifiëren, via de computer, naar een kortere correcte zet.