Miniaturen
— 202 —
Origineel, 2012
+ 0320.11 h3b4
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. |
Varianten
1.Lxd5? Kc5 2.Le5 Kxd5 is uiter- aard niet goed. 1.Tg8? 2.Lxd5+ en wit wint door overmacht. Niet goed is 2.Lf6? Kc5 3.Kg4 Kd6 4.Kf5 Txe7, met remise.
a)
| 2… | ||
| 3. | ||
| 4. |
met winst. Of:
b)
| 2… | ||
| 3. | ||
| 4. |
4…Kc3 5.Lh5 d2 6.Lg7+ Kd3
3.Lf8 Kd6 4.Lc8 d4 5.Lg4
5… Txe7
6.Kh4 d3 7.Kg5 d2 8.Kf6
en 8.Lxe7+, enzovoort. Of hier
7.Lxe8 d1D 8.Lg6+ Kc4 en
9.e8D, met winst, daar wit
twee lopers extra heeft.
En niet bijvoorbeeld 5.Kg4?, we-
gens 5…Txe7 6.Lf5 d3 7.Kg5 d2
8.Lg4 d1 9.Lxd1, en de toren komt
vrij, met remise.
Zwart denkt ‘nu of nooit’:
En de witte koning moet snel naar
de toren rennen via:
Nu, net op tijd, wordt dan de las-
tige toren veroverd. Wit zegeviert
na bijvoorbeeld 8…d1D, door bei-
de, dame én toren, beurtelings te
slaan.
Nu wint wit het snelst met: