Bijna - Miniaturen
— 224 —
64 studies op 64 velden, 1970
+ 0064.11 f3e8
De winst moet van de pionpro-
motie komen, maar er is veel te-
genstand van beide lopers.
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. | ||
| 11. | ||
| 12. | ||
| 13. | ||
| 14. | ||
| 15. |
2.Ke4 Lc2+ 3.Kd5 Lb3+ 4.Kc6
7.Kd4 Lc3+ 8.Ke4 Lc2+ 9.Ke3
12.Kg3.
1.d8D Kxd8 2.a7 g1P! 3.Lxg1 Ld1+ 4.Ke4 Lc2+ 5.Kd5 Lb3+ 6.Kc6
9.Kd4 Lc3+ 10.Ke4 Lc2+ 11.Ke3
2.Kd6 Le7+ 3.Kd5 Lb3+ 4.Ke5
11.Kxf3
De koning klimt eerst naar boven,
want fout is 2.Kg2? h3+ 3.Kg3
Lc7+ 4.Kxh3 Lf3.
Lxa8 8.Kxa5 Lxh1 en zwart wint.
Indien wit 7.Ke5? speelt, komt het
zwarte paard in aktie: 7...Pg6+ en
wit kan niet meer winnen.
9.Kf4? Pg6+ en weg is de winst
11.Kf2? is fout: 11...Le1+ 12.Kg2
h3+ en wit moet veld f3 vrijgeven
voor de loper.
en wit zegeviert na pionpromotie;
Het is een correctie van een 2de
prijs van V.Kalandadze (1970):
Kf3 a6 c7 f2 / Kc8 La5 Lc2 h4 +
De oplossing luidde: 1.a7 Ld1+
La4+ 5.Kc5 Lb4+ 6.Kd5 Lb3+
Ld2+ 10.Kf3 Ld1+ 11.Kg2 h3+
R.Brieger ontdekte een dual: Na
8.Ke4 Lc2+, en nu: 9.Kf3 Ld1+
10.Kg2 h3+ 11.Kg3 Le5+, plaatst
de witte pion zich er tussen met
12.f4, en wit wint eveneens.
In EG nr 25 gaf ik de correctie,
waarin ik pion f2 elimineerde en
verving door een wit paard op h1:
Kf3 Ph1 a6 c7/ Kc8 La5 Lc2 h4 +
En nog niet tevreden met de duals
7.Kd4 of 7.Ke5 en 9.Ke3 of 9.Kf4,
plaatste ik later een zwart paard op
veld h8 en de zwarte koning op e8,
die de c-pion overbodig maakte.
(Ze huidig diagram.)
In 1996 kreeg ik van mijn stadsge-
noot Marcel Van Herck een afdruk
uit een Georgisch boekje met een
correctie van Kalandadze’s studie
(1970):
Kf3 Le3 a6 d7 h2 /
Kc7 La5 Lc2 Ph8 g2 h4 +
La4+ 7.Kc5 Lb4+ 8.Kd5 Lb3+
Ld2+ 12.Kf3 Ld1+ 13.Kg2 h3+
14.Kg3 Le1+ 15.Lf2 en wint.
Marcel schreef mij toen: “Zoals u
ziet, was Kalandadze ook al, on
afhankelijk van U, op het idee Ph8
gekomen. In plaats van een wit
paard, gebruikt hij een witte loper.
Ik vraag me af, wat die pion op h2
er staat te doen. Volgens mij kan
hij gewoon weggelaten worden.
Die eerste zet (d8D+) vind ik maar
niks. Zwarts minorpromotie (g1P+)
daarentegen vind ik wel een ver-
rijking.”
Nog een mooi voorbeeld waarbij
de witte koning het trapje afdaalt,
en waarbij hij telkens slechts één
vluchtveld heeft dankzij de goede
plaatsing van de zwarte koning, is
een miniatuurtje van V. Dolgov
(Chervony Gimik 1972):
Kc7 Pf1 a6 / Kc3 La4 Lh4 h3 +
De fraaie oplossing is: 1.a7 Ld8+
Lf6+ 5.Ke4 Lc2+ 6.Kf4 (6.Ke3?
Ld4+) 6...Lg5+ 7.Kf3 Ld1+ 8.Kf2
Lh4+ 9.Pg3 Lxg3+ 10.Kxg3 Lf3