Bijna - Miniaturen
— 234 —
K.S.A.H. Toernooi, 1997
+ 0045.01 f6c5
Wit kan de loper niet slaan zonder
stukverlies. En na bijvoorbeeld:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. | ||
| 11. | ||
| 12. | ||
| 13. | ||
| 14. | ||
| 15. | ||
| 16. | ||
| 17. |
Varianten
a)
| 1. | ||
| 2. |
geen winst meer. Ook niet na
b)
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. |
Ke4 4.Pg5+ Kxe3 5.Lxc3. Daarom: 4 Na 1...Kc4 2.Pbd2+ K~ valt de lo- per met 3.Kxf7. De enige goede zet, want fout is:
a2)
| 2. | ||
| 3. |
Pxg3 Kc3 en het wit paard in de hoek zit in de val. Ook:
b2)
| 2. |
de zwarte loper zich met W 2...Lh5. En na:
c)
| 2. |
mise. Zeer verleidelijk is nu:
a3)
| 2… | ||
| 3. |
Pxg3 4.Pxg3 kan wit nu de pion zelfs stoppen op veld e5, met winst volgens Troitzki, (koning en twee paarden te- gen koning en pion op e4) bij- voorbeeld: 4...e5 5.Pe4 Kc4 6.Pe2 Kd3 7.Pg3. Na:
b3)
| 2… |
zoals verder blijkt. Zie zet 10.
c2)
| 2… | ||
| 3. |
nog korter.
Nu dreigt 4.Pc1 via een aftrek-
schaak op a2 of e2, het paard Pc3
te veroveren. Daarom:
4...Kb4? en het is zover: 5.Pa2+
en 6.Pxc3
De zwarte pion verhinderd 5.Pf5+.
6...Kb4? 7.Pb1 en 8.Pxc3.
Wit slaat nu de lastige pion.
Hierna keert het witte paard op zijn
stappen terug. terwijl zwart zijn
volbloed voortdurend moet gedekt
houden, dus:
Had zwart eerder 2...Lh5? ge-
speeld, dan zou nu 10.Pf4+ K~
11.Pxh5 volgen, met winst.
14...Kb4? 15.Pd5+ en 16.Pxc3.
Deze zet is nu mogelijk omdat wit
eerder al de zwarte pion geplukt
heeft. (9.Pxe6+)
En drie lichte stukken winnen te-
gen één.
Veertien (14!) maal geven de witte
paarden schaak in deze carrou-
selstudie, die de prijs kreeg als de
beste Belgische inzending in het
Internationaal Toernooi van de
Koninklijke Schaakfederatie van
Antwerpens Handel.
Een originele studie, met maxi-
mum acht stukken op het bord,
was de opdracht.
Prijsrechter Vandiest oordeelde:
“One of these elegant carousels
one remains found of and for which
the composer has become fa-
mous.”