Bijna - Miniaturen
— 235 —
Probleemblad, 2000
= 0130.22 a2d5
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. |
Varianten
Variant A
| 3… | ||
| 4. | ||
| 5. |
Want na 3…c1D? geeft 4.Txg4 remise. 4...c1T? is slechts remise. En het is pat..
Variant B
| 3… | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. | ||
| 11. | ||
| 12. | ||
| 13. |
om een schaak te beletten.
Het is duidelijk dat zwart niet op
de c-lijn mag, want dan valt de
toren langs achter aan.
Na 7...c1T? is er geen winst meer.
En niet 8…Lxg4? wegens pat.
9…Kxb4? is ook pat.
De zwarte toren moet na allerlei
schaaks toch op de c-lijn komen.
En remise is een feit.
Door mijn vriend Ward Stoffelen
werd de vorige studie voorge-
schoteld aan de deelnemers van
het 28ste Wereldkampioenschap
Oplossen van Schaakproblemen.
Een eerdere, iets minder bevalli-
ge, versie was: