Bijna - Miniaturen
— 262 —
Origineel, 2004
+ 0018.01 e1b3
Van de vier mogelijkheden, die de
paarden hebben, om schaak te
geven, is er slechts éen correct:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. |
Varianten
1…Kc3? 2.Ld4+ Kc2 3.Pxb4+. Weerom moet wit kiezen tussen de vier mogelijke schaakzetten van de witte hengsten: De zwarte koning valt de loper aan, die niet weg kan wegens remise, bijvoorbeeld:
a)
| 5. | ||
| 6. |
b)
| 5. | ||
| 6. |
Maar het wit paard kiest nu voor de
vierde maal het winnende schaak:
Zwart slaat gretig de loper, want na
5…Kc3? 6.Ld2+ Kd4, volgt nu
7.Lxb4 met winst. Maar wit geeft
ijskoud mat met de vijfde paard-
zet:
Deze studie, die ik opstuurde naar
het Jubileumturnier Jan Rusinek-
50 van Eugeniusz Iwanow in Po-
len, bleef tot op heden, zonder ge-
volg.
St
tudies
Finis coronat opus
Het einde kroont het werk