Studies
— 263 —
Tijdschrift KNSB, 1959
+ 0602.21 e8e5
1.axb7? faalt op 1...Txb6. Daarom
dit offeraanbod:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. |
Varianten
Want zwart mag het niet aanne- men:
a)
| 1… | ||
| 2. | ||
| 3. |
en 4.Pxb4. Of:
b)
| 1… | ||
| 2. | ||
| 3. |
met winst.
Na 2...Txc4? 3.b8D Txf4 wint
4.Dxa7.
Fout is 3.Pg6? Kxg6 4.Pe5+ Kg7
5.Pd7 (5.Pf7? Tb6) 5…Th5 6.Pb6
Th8+ 7.Kd7 Tb8, met remise.
Zwart moet dit paard wel slaan,
want na bijvoorbeeld 3...Kf6? 4.Pf7
of 3...Kg4 4.Pe6 (dreigt 5.Pf8)
Txe6+ 5.Kd7 is de promotie niet
meer te verhinderen.
Dekt veld b6, wat 4.Pf7? niet doet.
En eerst nu kan de promotie ge-
schieden.
Pas later zag ik, dat in de boven-
staande stelling pion a7 er voor
‘spek-en-bonen’ bijstaat. Of was
het slaan van het paard op b6 door
deze pion als een extra dreiging
van zwart bedoeld? Het was im-
mers een vroeg werkje.
Het profetisch commentaar luidde
toen: ”Een prachtwerk, dat een
componist van zeer groot talent
aankondgt.”