Studies
— 308 —
Origineel, 2016
= 0342.02 e2b4
Met een paardvork wil wit de
zwarte loper bemachtigen:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. | ||
| 11. |
Maar niet met 2.Pxa7? Te4+
3.Kxd2 Txe5 en het paard gaat
verloren, bijvoorbeeld 4.Pc8 Te8,
5.Pa7 Ta8, enzovoort.
Op zijn beurt is 2…Txd4? fout na
3.Pxd4 Kxd4 4.Kxe2.
Zwart hoopt nog op winst met zijn
pion.
5.Le3? Kc4 6.Lxd2 Kd3 en zwart
wint, noch hier 6.Kc2 d1D 7.Kxd1
Kd3.
De énige correcte zet.
Men zie weerom: 6.Le3? d1D+
7.Kxd1 Kd3, en zwart wint. Ook na
bijvoorbeeld 6.Lb8? door 6…Te2
7.Lf4 d1D+ 8.Kxd1 Kd3,
enzovoort.
Weerom de énige goede zet.
en nogmaals.
Na 11.Kd1? wint zwart het snelst
met 11…Tb2 12.La3 Ta2 13.Lc1
Ta1 14.Ke1 Txc1.
Maar het blijft remise.
Zie ook studie -122-
Een mooie afsluiter.