Miniaturen
— 174 —
Origineel, 2016
+ 0041.11 h7h5
Wit moet hier zijn licht materiaal-
voordeel laten gelden. Maar dit is
niet zo simpel want er dreigt reeds
een zwarte promotie: 1…g2.
Daarom:
Zetten
| 1. |
Varianten
a)
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. |
Ke3, en wit verliest een stuk. En na:
b)
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. |
Kh4 loopt de zwarte pion door.
c)
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. |
Kg4 4.f5 g2 5.Lxg2 Kxf5. Er dreigt nu de paardvork 2.Pf6+ en na 1...Lxe4+ 2.fxe4 loopt de witte pion door. Verder spelen alle stukken mee. Zie maar:
Variant A
| 1… | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. |
Na 5.Lxg2? is het pat.
Want 5…Kxg3? 6.Lxg2 wint.
en mat.
Variant B is éen zet langer dan in
de studie van Pogosjants, ver-
schenen in Shakhmaty Moskva,
(1961) waar hij terecht de eerste
prijs kreeg met deze versie:
Kh6 La6 Pe4 f3 / Kh4 Le8 g3 +
In Flemish Miniatures 1997 publi-
ceerde ik samen met vriend Roger
Missiaen het diagram op bladzijde
hiernaast met deze foute oplos-
sing:1.Lf1 Le6 2.Pxg3+ Kg5 3.Pe2
Ld5 4.f4+ Kg4 5.Kg6 Lc4 6.f5 Ld3
En de pion brengt redding.
Deze verrijkte versie ontlokte aan
mijn andere vriend Julien Vandiest
deze ontboezeming: “Forget for a
moment who the three involved
composers are, just admire the litle
masterpiece.”
Later ontdekte ik dat na de zet
voorbeeld met 4…Lc4 5.Pg1 Kf4
Nevenoplosbaar.
Maar uiteindelijk is de eer van de
drie musketiers dus toch gered.