Studies
— 264 —
Tijdschrift KNSB, 1959
+ 0301.32 c1a5
De witte pionnen en het paard
staan alle aangevallen, en:
Zetten
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. | ||
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | ||
| 7. | ||
| 8. | ||
| 9. | ||
| 10. |
Varianten
a)
| 1. |
2.Kxd2 en Tb6. Zo ook:
b)
| 1. | ||
| 2. | ||
| 3. |
Kxb6. Daarom Na 3.Kxb2? Kxc4 4.b8D, volgt 4...Tb6+ 5.Dxb6 axb6, en weg is de winst. Nu niet 3...Kxc4? 4.b8D Tb6 5.Dxa7 Tb5 met de enige winnen- de zetten van wit: 6.De7 Kd5 7.Dc7 enzovoort volgens de Endgame Database van Ken Thompson. Zwart hoopt nu op een pat: 5.b8D? Tb1+ 6.Kxb1.
a2)
| 6. | ||
| 7. |
staat een tweede pat. En na:
b2)
| 6. | ||
| 7. |
mise, want 7.b8D Tb4+ en 8.K(D)xb4 is een derde pat.
c)
| 6. |
En wit wint.
Na de listige zet 10...Tc4+? ant-
woordt wit niet met 11.Pxc4?, en is
er een vierde pat. Maar hij speelt
bijvoorbeeld 11.Kd5, enzovoort.
Met winst.
Even opmerken dat wit hier ook
zou winnen met de zet 6.Kb3, als
zwart dan zou antwoorden met
6…Te4?, door de zet 7.b8P+!. En
wel na 108 zetten! (Nalimov.)